De wolfsklem

1
vrienden wilt er eens naar mij horen ik heb hier voor u een aardig lied
't zal u zeker en vast bekoren want 't is in de kempen geschied

2
d'r waren eens twee jonggezellen die met kaatje wilden vrijen gaan
hoort wat ik u nu ga vertellenwilt mij allen goed verstaan

3
d'n ene waos 'ne rijke knevel en daarbij ook ene pachterszoon
d'n and're waos 'nen arme wever spanden beiden 't mèske de kroon

4
de pachter daocht er toen bij z'n eigen Kaatje is toch niks voor alletwee
'k zal dieje wever toch wel 'ns krijgen eerder ben ik niet tevree

5
hij is toen bè 'ne jager gekomen waar hij wachtte tot hij lag in bed

en daar heeft hij een klem genomen en ze in de bossen gezet

6
hij wou daar dan de wever in vangen maar dat ging toch niet naar zijne zin
die een put graaft voor en ander valt er dikwijls zellef in

7
en hij ging in de nacht eens kijken of de wever niet gevangen zat
maar hij moest toen zijn broek afstrijken want daar moest hem wat uit zijn gat

8
en omdat hij de plaats vermiste waar ie z'n klemmeke had neergezet
sloeg de klem toen hij poepte en piste om zijn gat was dat niet net

9
en hij zaot in de klem gevangen gelijk 'ne wolf in een donker bos
en ze bleef aon z'n gètje hangen want de klem wou niet meer los

10
hij mag niet meer bij z'n kaatje komen want 't is met hem voorgoed gedaan
de wolfsklem heeft hem z'n krachten ontnomen hij kan niet meer vrijen gaan

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit lied komt uit de verzameling 'Liederen en dansen uit de Kempen' van Harrie Franken. Dit boek is het levenswerk van Franken, en heeft al voor veel folkmuzikanten een schat aan repertoire opgeleverd. In dit lied komen een paar universele thema's bij elkaar. Arm versus rijk, de strijd om een geliefde, en............humor. Dit is een van de uitzonderingen waarbij de arme partij als winnaar uit de bus komt. Zijn tegenstander is als toekomstige minnaar op tamelijk rigoureuze wijze voorgoed uitgeschakeld!

De bron van dit lied is de heer J. van Ooij uit Deurne