De onnozele bakker

 

Een bakker wou laatst uit vrijen gaan, van liederom, laderom, lafaldera,

Een bakker wou laatst uit vrijen gaan, maar hij durfde zellef niet.

 

Hij liet het zijn kameraad vragen, van liederom, laderom, lafaldera,

Hij liet het zijn kameraad vragen, want zellef durfde hij niet.

 

De kameraad niet lang gewacht , van liederom, laderom, lafaldera,

De kameraad niet lang gewacht, hij ging er voor den bakker op uit

 

Marietje, waakte of slaapte gij, van liederom, laderom, lafaldera,

Marietje, waakte of slaapte gij, of ligde gij in een droom?

 

Ik waak niet en ik slaap nog niet, van liederom, laderom, lafaldera,

Ik waak niet en ik slaap nog niet, of ik lig er nog niet in een droom.

 

Ik kom voor den bakker uit vrijen, van liederom, laderom, lafaldera,

Ik kom voor den bakker uit vrijen, want zellef durft íe het niet.

 

Wie vrijt, vrijt voor zichzelleve, van liederom, laderom, lafaldera,

Wie vrijt, vrijt voor zichzelleve, maar voor een ander niet.

 

Want ik zie u nog liever in uw hemdeke, van liederom, laderom, lafaldera,

Want ik zie u nog liever in uw hemdeke, als den bakker mee alle zijn geld.

 

En 't duurde geen veertien dagen, van liederom, laderom, lafaldera,

En 't duurde geen veertien dagen, of Marietje dat was er zijn bruid.

 

Daar stond den onnozelen bakker, van liederom, laderom, lafaldera

Daar stond den onnozelen bakker, den bakker mee al zijn geld.

 

 

Dit lied komt wederom uit het boek van Harrie Franken, Het is opgetekend in Weebosch en staat op  bladzijde 62 in  'Liederen en dansen uit de Kempen. De naam an de zanger is: Jan de Backer.

Gezien het aantal verschillende versie die er in de literatuur voorkomen moet dit vroeger een regelrechte hit zijn geweest. Het valt in de categorie 'Hoe te handelen in geval van verliefdheid'. Dit lied is een waarschuwing hoe het niet moet. De bakker stuurt zijn kameraad er op uit om zijn beoogde geliefde te laten vertellen wat hij voor haar valt. Maar de dame in kwestie valt natuurlijk voor de kameraad. Moraal van dit verhaal, 'Wie vrijt, vrijt voor zichzelleve, maar voor een ander niet'.