De minnebode

1. Daar was een sneeuwwit vogeltje (bis)

Al op een stekendorentje, din, don, deine,

Al op een stekendorentje, din, don, don.

 

2. Wilt gij niet mijne bode zijn ? (bis)

Ik ben te klein een vogelkijn, din, don, deine,

Ik ben te klein een vogelkijn, din, don, don.

 

3. Zijt gij maar kleine, gij zijt snel, (bis)

Gij weet de weg ? Ik weet hem wel, din, don, deine,

Gij weet de weg ? Ik weet hem wel, din, don, don.

 

4. Hij nam de brie in zijnen bek, (bis)

En vloog er mee al over 't hek, din, don, deine,

En vloog er mee al over 't hek, din, don, don.

 

5. Hij vloog tot aan mijn zoet liefs deur: (bis)

En slaap j'of waak j'of zijt gij dood ? din, don,deine

En slaap j'of waak j'of zijt gij dood ? din, don, don.

 

6. 'k En slape of 'k en wake niet, (bis)

Ik ben getrouwd al een half jaar, din, don, deine,

Ik ben getrouwd al een half jaar, din, don, don.

 

7. Zijt gij getrouwd al een half jaar ? (bis)

Het dachte mij wel duizend jaar, din, don, deine,

Het dachte mij wel duizend jaar, din, don, don.

 

 

 

Dit lied zit nog in de herinnering van mijn lagere schooltijd. Bij mij in de klas (met ongeveer veertig jongens) op de Komschool in Gemert werd er elke week gezongen. Naast de klassiekers 'Harba lorifa', en de lokale hit 'van Boekel naar Bakel', was ook het 'sneeuwwit vogeltje' een van de liederen op ons repertoire. Ik vond dat een intrigerend lied omdat ik nog nooit van mijn leven in Gemert een sneeuwwit vogeltje had kunnen ontdekken. Het vogeltje uit dit lied moest dus wel iets heel bijzonders zijn!